Vorig jaar ontdekte we deze regio ten westen van de gletsjer Vatnajökull. De omgeving rondom het meer Langisjór is zeer desolaat. Het voelt wat surrealistisch aan, precies of je op de maan aan het wandelen bent. 🙂 Een gigantische zwarte zandvlakte, met af en toe een berg begroeid met felgroen mos. Het contrast tussen deze twee is ronduit prachtig!

Maar er geraken is niet zo simpel, er loopt een route van Langisjór naar Eldgjá en vanuit Eldgjá kunnen we dan doorsteken naar Landmannalaugar. Dus nu nog een alternatieve route vinden naar Langisjór. Wij besloten om ons te laten af zetten bij de kruising van de F208 met de weg naar Faxasund. Vanaf hier volgen we een spoor naar Langisjór.

Vliegen naar IJsland doen we zoals gewoonlijk met Icelandair, met gevolg dat we onze eerste nacht in Reykjavik moeten doorbrengen. De bussen naar het binnenland vertrekken namelijk net te vroeg. We overnachten in Loki 101 guesthouse, simpel maar proper en nog schappelijk in prijs ook. ‘s Ochtends wandelen we naar het toeristisch informatiecentrum, hier vertrekt onze bus naar Landmannalaugar. We hebben gekozen voor de busmaatschappij TREX, met Reykjavik Excursions geraken we namelijk midden september niet meer terug in Reykjavik vanuit Skógar. Ook is het handig dat ze een hikers pass hebben want we wandelen na onze tocht naar Langisjór nog eens de Laugavegur tot in Skógar. Vier jaar geleden deden we deze tocht al eens, nu doen we hem nog eens in de andere richting samen met David.

Na een lange rit komen we eindelijk aan in Landmannalaugar, hier moeten we nog een drietal uurtjes wachten op onze volgende bus richting Eldgjá met Reykjavik Excursions. Jammer genoeg hangt er een dikke mistbank in de vallei dus genieten van het mooie landschap zit er niet in. Wanneer onze volgende bus arriveert leggen we de chauffeur uit waar hij ons zou mogen afzetten. Hijzelf weet het niet meteen zijn, maar een collega kan ons gelukkig verder helpen.

Deze busrit is een stuk korter, ongeveer drie kwartier. Wanneer de bus plots stopt in de middle of nowhere, kijken de andere inzittenden verbaast waarom de bus stopt. Ze kijken ons dan ook wat vreemd aan wanneer ze doorhebben dat wij ons hier laten afzetten. De buschauffeur wenst ons nog veel succes met onze trektocht. Maar voordat ons avontuur begint moeten we onze rugzakken nog even afstellen en wat hertassen. We hebben namelijk wat vers eten meegenomen vanuit Reykjavik. De volgende 17 dagen zullen het gevriesdroogde maaltijden gaan worden dus nog even profiteren zolang het kan 🙂 .

Dag 1: F208 Faxasund – nabij Faxasund
Aantal loopuren: 2u
Fotomomenten: 1u
Afstand: 8.5km
Hoogtemeters: 185m stijgen, 275m dalen

Het is al vrij laat wanneer we aan onze tocht kunnen beginnen, maar we hopen toch nog een eindje te kunnen stappen. Ons plan is om in een drietal dagen het meer Langisjór te bereiken. Gelijkmatig aan stijgen we in de richting van Faxasund, na een tijdje passeren we de eerste rivier. Doorwaden hoeft gelukkig nog niet, via enkele stapstenen geraken we aan de overkant. Het begint al te schemeren dus we beginnen maar uit te kijken naar een bivak plek. Vrij snel vinden we een geschikte plek, een mooi zicht op de omliggende bergen en dicht bij de rivier. Wanneer we de tent hebben opgezet is het al zo goed als donker. We kruipen dan ook vroeg in onze slaapzak.

Dag 2: Nabij Faxasund – ten oosten van Faxi
Aantal loopuren: 4u
Fotomomenten: 2u30
Afstand: 17km
Hoogtemeters: 300m stijgen, 300m dalen

We worden wakker van de zon die op onze tent zit te schijnen. Ik ga eerst wat water bijhalen en ontdek onderweg een prachtige plek om de vallei te fotograferen. De laaghangende wolken bij de bergen zorgen voor een perfect timelapse moment.

Charlotte maakt ondertussen het ontbijt al klaar, deze keer hebben we een cruesli met chocolademelk bij. Wat een luxe tegenover onze laatste trektocht in Zweden. Toen heb ik drie weken op een snack als ontbijt overleefd. We genieten van het zonnetje en geraken hierdoor maar moeilijk op gang. Tegen de middag hebben we de rugzak eindelijk ingeladen en zijn we klaar om te vertrekken.

Al vrij snel moeten we de eerste rivier doorwaden, en daar houdt het niet mee op. We moeten namelijk een smalle vallei doorkruisen en de makkelijkste manier is om gewoon de rivier te volgen. Hierdoor moeten we dezelfde rivier enkele keren doorwaden. Nu kunnen we meteen onze nieuwe trailrunners uit testen. Geen gesukkel meer met waadschoenen aandoen, terug uitdoen, voeten drogen. Oké ik geef toe, na een aantal doorwadingen vlak na elkaar zijn je voeten bevroren. Maar eens je tien minuten terug aan het wandelen bent voelen de trailrunners terug aangenaam aan van temperatuur. Het pad slingert heen en weer langs prachtige valleien tot we aan de volgende rivier doorwading aankomen. Hier houden we onze middagpauze.

 

Na de rivier doorwading volgt er een korte klim doorheen een lavazand vlakte omgegeven door imposante met mos begroeide toppen. Niet veel later arriveren we bij de vallei Faxsundsgljúfur, deze vallei komt uit bij de gletsjerrivier Tungnaá. Gelukkig stelt de rivier die wij moeten doorwaden niet zoveel voor. We houden hier ook even een korte pauze om een panorama te maken. Ik krijg maar niet genoeg van het mooie contrast tussen het fel groene mos en het lavagesteente.

Nu volgt er weer even een korte klim, eens we boven zijn hebben we een prachtig uitzicht op de omgeving van Faxasund en Skaftártunguafréttur. Ook zien we de Tungnaá heel even liggen met zijn meanderende zijtakken. Boven op een kleine hoogvlakte passeren we nog een weerstation. Volgens dit weerstation zou het weer redelijk stabiel gaan blijven de volgende dagen. Fingers crossed 🙂 . In de verte komt het eerste meer in zicht, wanneer we het meer naderen zien we er een hut staan. We dachten hier ergens te bivakkeren maar besluiten dan toch maar om al door te wandelen tot aan het tweede meer. Er volgt nog een vrij diepe doorwading, maar gelukkig goed doenbaar omdat er amper stroming op de rivier staat.

195137968

Wanneer we arriveren bij het tweede meer moeten we niet lang zoeken voor een geschikte plek. De ondergrond is namelijk zo zacht dat je de tent eender waar kan zetten. We hebben ons eigen strand voor vanavond. Ik wacht nog even tot de zonsondergang. Maar jammer genoeg is ze niet echt spectaculair te noemen. Wanneer de zon onder is gaan we beide slapen.

Dag 3: ten oosten van Faxi – Sveinstindur
Aantal loopuren: 2u45
Fotomomenten: 2u
Afstand: 11.5km
Hoogtemeters: 500m stijgen, 200m dalen

Wanneer we opstaan worden we beloond met een mooie reflectie van de omliggende bergen in het meer. Het weer ziet er vandaag wel iets minder goed uit, vrij mistig maar het is nog droog dus we klagen niet. 🙂 Vandaag wandelen we verder door een gigantische lava zandvlakte tot aan het meer Langisjór. We zijn nog geen half uur aan het wandelen en het begint al lichtjes te regenen. Of is het eerder de dichte mist die aanvoelt als regen. 🙂 Ook staat er een sterke wind op kop. We zijn dan ook blij wanneer we arriveren bij het meer Langisjór, we maken ons middageten klaar bij de rivier Hellnaá. Voordat we onze tocht verder zetten vullen we onze watervoorraad bij. Want op de top van de Sveinstindur zullen we geen water gaan vinden. 🙂

Wanneer we aan de voet van de Sveinstindur staan kunnen we amper iets zien door de mist. We twijfelen dan ook even wat we gaan doen, beneden bivakkeren of toch al wat verder klimmen richting de top al hopend op beter weer. We opteren om verder te stappen, moest het dan opklaren zijn we meteen al wat dichter bij de top. 🙂 Via een pittige klim bereiken we na een dik uur een geschikte bivakplaats tamelijk dicht bij de top. Veel hoger moeten we niet gaan, ik weet namelijk nog van vorig jaar dat er op de top geen mogelijkheid is om de tent op te zetten. Er staat een sterke kille wind en het zicht is nihil vanwege de mist. Dus voorzichtig zetten we de tent op. Daarna kruipen we in onze warme slaapzak. 🙂

Dag 4: Sveinstindur – Uxantindar
Aantal loopuren: 3u45
Fotomomenten: 5u
Afstand: 13km
Hoogtemeters: 260m stijgen, 600m dalen

Wanneer we opstaan kunnen we onze ogen niet geloven, wat een weids uitzicht hebben we vandaag! De top van de Sveinstindur zit jammer genoeg nog steeds in de mist. We ontbijten dan maar op ons gemak, al hopend dat de mist gaat verdwijnen. Terwijl Charlotte een lekkere tas koffie klaar maakt, neem ik de tijd om te fotograferen.

Even lijkt de mist weg te trekken, maar onderweg naar de top merken we dat het uitzicht zo goed als nihil is. Jammer maar helaas, vorig jaar hadden we een prachtig uitzicht op de top, hieronder enkele beelden van vorig jaar. We keren dan ook maar terug naar de tent.

Wanneer we terug aan de tent zijn, beginnen we onze rugzakken klaar te maken. Zodat we niet veel later aan de afdaling kunnen beginnen. Tijdens de afdaling ontmoeten we nog een IJslandse vrouw, ze spreekt ons aan in het IJslands. Al snel heeft ze door dat we er geen jota van snappen. Ze is dan ook verbaast om hier buitenlanders tegen te komen. 🙂 De regio is dan ook niet zo bekend bij niet IJslanders, maar wij zijn alvast content dat we deze regio ontdekt hebben. 🙂 Na een korte babbel wandelen we verder, zo te zien gaat zij wat meer geluk hebben op de top van de Sveinstindur. Wij volgen haar advies om een andere route te nemen naar de hut Sveinstindur. Deze is iets mooier, en inderdaad. Via een steile helling dalen we af naar de hut, moest je deze route vroeger in de zomer doen, hou dan rekening met smeltwater. We wandelen hier namelijk vlak langs een stroompje. Wanneer we bij de hut aankomen nemen we een korte pauze, er staan drie jeeps maar rondom de hut is er niemand te bespeuren.

Na de pauze wandelen we in de richting van de gletsjerrivier Skaftá, eens we deze bereikt hebben maken we ons middagmaal klaar. Net wanneer we klaar zijn met eten begint het te regenen, tijd dus om verder te trekken. 🙂 Het terrein is compleet veranderd tegenover de vorige dagen, van een desolaat ruw landschap naar een feeëriek mos landschap. Het contrast tussen het mos en het zwarte landschap wordt nog intenser door de regen. In de verte horen een hels gebulder, na een tijdje weten we vanwaar het lawaai komt. De Skaftá rivier maakt hier bijna een bocht van 90 graden, de rivier heeft hier duidelijk zijn sporen nagelaten in het landschap.

Via een korte klim komen we terecht op een hoger gelegen vlakte, de berg Uxatindar komt al goed in zicht. Aan de voet van de berg ligt een meer, hier hopen we te kunnen bivakkeren. Al vrij snel komen we aan bij de vallei Hvanngil, zoals je ziet op de foto een prachtige vallei. We nemen dan ook de tijd om hiervan te genieten. In onze reisgids staan er twee routes, beide even vaag uitgelegd. Het komt er eerder op neer zoekt u zelf de beste weg door deze vallei. Wij besluiten om de rode route te volgen zoals ik ingetekend heb op de foto’s.

De afdaling tot in de vallei verloopt vlotjes, dan volgt er meteen een eerste rivier doorwading. Ook hierbij ondervinden we geen enkel probleem. Maar dan begint de miserie, drijfzand! in het begin verloopt alles nog prima, het is nog plezant. Schoenen onder de smurrie maar we kunnen er nog mee lachen. 🙂 Tot dat we de laatste rivier moeten doorwaden, wanneer ik mijn voet juist terug op de oever wil zetten zak ik tot over mijn heup in het drijfzand. Maar goed val ik met mijn bovenlichaam op de oever. Ik geraak er heelhuids uit. Charlotte vind gelukkig een betere plek om over te steken. Alleen komen we nu tot het besef dat de helling langs de rivier die er van bovenaf gezien goed te doen uit zag. Een stuk steiler is dan we dachten, met veel gesukkel en getier geraken we er gelukkig wel. Maar geen van beide vond dit een aangename passage, beide schrik om uit te schuiven en in het water te belanden. We zijn dan ook opgelucht wanneer we beide terug een vaste ondergrond onder onze voeten hebben. Deze passage heeft ons zoveel energie gekost dat we even op adem moeten komen. We hadden nooit gedacht dat deze prachtige vallei zo een zware hindernis zou zijn. In de wandelgids stond er niets vermeld van eventuele aanwezigheid van drijfzand. Mij lijkt de gele route die ik ingetekend heb dan ook een pak veiliger.

Via een korte maar steile klim wandelen we terug uit de vallei. Nu krijgen we onze eindbestemming eindelijk goed in zicht. En zoals we al gehoopt hadden, we gaan er zeker een plekje vinden om te bivakkeren. Ik neem me nog even te tijd om een panorama te maken, wat een prachtig uitzicht. Onze frustraties van daarnet zijn we al zo goed als vergeten. Via een makkelijke afdaling wandelen we naar het meer gelegen aan de voet van de Uxatindar. Als snel vinden we een goede bivakplek met een prachtig zicht op de Uxatindar en het meer. Meteen één van mijn mooiste bivakplekken van deze tocht. Na zo een vermoeiende dag zijn we dan ook blij als we in onze slaapzak kunnen kruipen.

Dag 5: Uxantindar – Gjátindur
Aantal loopuren: 4u30
Fotomomenten: 4u
Afstand: 16,5km
Hoogtemeters: 750m stijgen, 515m dalen

s’ Ochtends worden we beloond met een prachtig zicht op het meer en de Uxatindar, het meer staat zo goed als stil waardoor we een prachtige reflectie hebben in het meer. Op ons gemakje maken we onze rugzak klaar. Starten doen we via de rechteroever te volgen van het meer. Eens we aan het einde van het meer aankomen wandelen we de smalle kloof Uxatindagljúfur in. Via een kronkelend pad stijgen geleidelijk aan, we moeten de rivier enkele keren doorwaden. Tegen het einde aan wordt de kloof smaller en smaller. Op een gegeven moment blijven we in de rivierbedding wandelen, gewoonweg omdat onze trailrunners toch al doorweekt zijn en zo kunnen we een goed tempo aanhouden.

Wanneer we aan het einde van de kloof Uxatindagljúfur zijn aangekomen, houden we een korte pauze. We hebben nu een mooi zicht op de berg Uxatindar, in de verte zien we nog een glimp van de Sveinstindur. Na een korte wandeling passeren we het prachtig uitzichtpunt Biðill. Hier houden we dan ook even een pauze om een panorama te maken. 🙂 

We volgen nog even een vaag pad, maar al snel verdwijnt het pad. We zetten dan maar koers op de nabij gelegen jeep track, zodat we niet steeds elk heuveltje op en af moeten wandelen. De jeep track volgt nu éénmaal meestal wel de makkelijkste weg doorheen het landschap. 🙂 Na een tijdje vinden we een kortere route naar de hut Skælingar. Via een heuvelrug dalen we af naar de vallei Stóragil. Hier volgen we de rivier tot aan de hut Skælingar. Een grote groep is bezig met enkele jeeps uit te laden, we besluiten dan ook maar om meteen verder te wandelen. We zetten nu koers naar bergtop Gjátindur, in het begin volgen we even een jeep track. Maar als snel verlaten we de weg en volgen we een vaag pad in de richting van de top. In het begin staan er sporadisch enkele gele paaltjes, maar plots verliezen we deze uit het oog. Eerder kwamen we er al enkele tegen die omgevallen waren. Maar in de verte zien we terug gele paaltjes staan, we zetten terug koers in de juiste richting. Even komen we op een vrij steil punt maar we kunnen er veilig passeren. Vanaf hier zitten we terug op de gemarkeerde route. Niet veel later komen we aan bij een uitzichtpunt op de vallei van Eldgjá. Eldgjá is de grootste vulkaan canyon van de wereld, ongeveer 40 km lang, 270 meter diep en 600 meter breed. We houden er een korte pauze om even te genieten van het uitzicht. 🙂

Het uitzicht is fenomenaal, aan het einde van de kloof vroeg ik Charlotte vorig jaar ten huwelijk. Ondertussen zijn we gelukkig getrouwd, des te meer een reden om nog eens bij de waterval Ófærufoss te passeren. Na de pauze volgt er nog een lange klim naar de bergtop Gjátindur. We proberen een stevig tempo aan te houden, we hopen voor de zonsondergang de top te bereiken. Wanneer we de top bijna naderen vinden we een goede plek om onze tent op te zetten. Net wanneer de tent opstaat begint de zon onder te gaan. Wat een prachtige zonsondergang, die maak je jammer genoeg niet zo vaak mee in het binnenland van IJsland. 🙂 Het is wel serieus koud zo hoog, het duurt dan ook niet lang voordat we onze slaapzak in kruipen. s’ Nachts sta ik nog even op om te kijken of er Noorderlicht te zien is. Noorderlicht is er niet, wel is er de melkweg zichtbaar. Ook zeker en vast de moeite om mijn warme slaapzak even uit te kruipen.

Dag 6: Gjátindur – rivier Syðri-Ófæra
Aantal loopuren: 5u
Fotomomenten: 2u30
Afstand: 20km
Hoogtemeters: 700m stijgen, 975m dalen

s’ Ochtends wanneer we opstaan is de tent bevroren. De wind maakt het behoorlijk fris, maar toch willen we nog even tot aan de top wandelen. Het uitzicht is niet meer zo goed als gisteren, het ziet er uit dat het wel eens kan gaan regenen vandaag. Wanneer we terug beneden zijn aan onze tent, maken we de rugzakken klaar. Juist wanneer we willen vertrekken begint het te regenen.

Voorzichtig dalen we af, op sommige plekken is er namelijk wat grondvorst aanwezig. Op een gegeven moment moeten we een keuze maken. Ofwel blijven we boven verder het plateau volgen, of we dalen nu al af tot in de kloof Eldgjá zelf en wandelen we beneden verder naar de waterval Ófærufoss. We kiezen voor de tweede optie, via een lavazand helling dalen we op nog geen vijf minuten meer dan honderd meter. Via een droge rivierbedding bereiken we vrij snel de waterval. Hier houden we een korte pauze, we zijn verbaasd dat we er op het moment alleen zijn. Ik neem dan ook snel een foto met een ND filter. Mijn fotomateriaal zit nog maar net terug in de rugzak en de eerste toeristen komen weer tevoorschijn. 🙂

Via een duidelijk pad wandelen we nu verder naar het infobord van Eldgjá, hier kan je tevens ook een wc vinden. Altijd handig na 6 dagen nog is naar een normale wc kunnen gaan. 🙂 Dan weet een mens weer met wat voor een simpele dingen hij al gelukkig kan zijn. 🙂 Via de kaart navigeren we ons naar het punt Kvíslarhólmar. Via een mooi pad langs de oever van de rivier Nyrðri-Ofæra bereiken we het punt al vrij snel, onderweg zien we nog een otter een vis vanger die wel twee keer zo groot is als zijn eigen. Via een een brug steken we de rivier Nyrðri-Ofæra over. Hier houden we onze middagpauze, hier hebben we water met overvloed. Dus hier maken we onze warme maaltijd al klaar.

Na de pauze volgen we een duidelijk pad, al snel splitst het pad op in meerdere paden. We krijgen al het idee dat we op één van de vele schapen sporen terecht zijn gekomen. Maar moeilijk is het navigeren hier niet. We navigeren ons in de richting van de berg Mórauðavatnshnúkar. Al vrij snel begint het terrein wat ééntonig te worden. Vooral valt het stijgen met dit terrein, mos in combinatie met putten in de grond niet goed mee. Na een tijdje zijn we het beide grondig beu. Maar aangezien er hier geen water te vinden is moeten we wel verder stappen. Uiteindelijk bereiken we de voet van de eerste naamloze top. Hier hoopte we een rivier te vinden maar helaas.

We moeten nu lichtjes afdalen naar een grote zandvlakte, hier stroomt een rivier. We nemen dan ook vers water. Zodat we de mogelijkheid hebben om te bivakkeren als we een mooie plek passeren. Hier op de zandvlakte willen we allicht niet kamperen, er hangt namelijk nogal een kille sfeer. We moeten de rivier nog even doorwaden voordat we de zandvlakte kunnen oversteken. Eens we de rivier zijn gepasseerd vinden we wel enkele mogelijke bivakplaatsen. Maar we besluiten om de bergkam al over te steken en verder te wandelen tot aan de rivier Syðri-Ófæra. Op de bergpas houden we nog even een korte pauze om een panorama te maken. Daarna dalen we af naar de vallei, vrij snel vinden we een perfecte plek om onze tent op te zetten. Vannacht zullen we beide kunnen doorslapen, kans op noorderlicht zal namelijk nihil zijn aangezien er veel mist aan het opkomen is.

Dag 7: rivier Syðri-Ófæra – Strútslaug
Aantal loopuren: 3u
Fotomomenten: 2u30
Afstand: 12,5km
Hoogtemeters: 275m stijgen, 175m dalen

Wanneer we opstaan hangt er een laaghangende bewolking, maar tijdens het ontbijten verdwijnt de bewolking stilletjes aan. Al vrij snel kleurt de lucht mooi blauw, het ziet er weer een mooie dag uit te worden. We zijn nog maar net vertrokken en meteen moeten we de rivier Syðri-Ófæra al doorwaden. Een tamelijk brede rivier met redelijk wat stroming op. Na de doorwading beginnen we aan de klim naar de bergflank van de Svartahnúksfjöll. Wanneer we bijna boven zijn zien we een duidelijk pad liggen. Niet veel later houden we even een pauze om te genieten van het uitzicht.

Vanaf nu slingert het pad wat op en neer doorheen het landschap. Op een gegeven moment passeren we een prachtig valleitje bedekt met mos. Op het mos liggen nog intacte regendruppels, een leuk foto moment. 🙂 Even later komen we aan bij een mooi uitzichtpunt, de gletsjer Torfajökull komt voor het eerst in zicht. Een panorama  komt hier dan ook zeker tot zijn recht. Na de korte pauze dalen we af naar de vallei Ofærudalur, we wandelen nu terug langs de rivier Syðri-Ófæra. Heel even kriebelt het om onze tent hier al ergens op te zetten. Het is een prachtige vallei maar de warmwaterbron van Strútslaug roept al op ons. 🙂

We beginnen terug lichtjes te stijgen en al snel komt de berg Strútur in zicht. Niet veel later krijgen we een mooi zicht op het meer Hólmsárlón, Strútur en Hólmsárbotnar. In de verte zien we al enkele fumarolen. De warmwaterbron kan dus niet meer ver weg zijn. 🙂 Wanneer we aankomen bij de warmwaterbron zijn we hellemaal alleen. Hier profiteren we dan ook meteen van, tentje snel opzetten en hup de warmwaterbron in. 🙂 Wat een zalig gevoel een warm bad, en zo rustig. De warmwaterbron van Landmannalaugar is properder, hier zitten er meer algen in het water. Maar storen doet dit zeker en vast niet. Vooral de rust tegenover Landmannalaugar doet deugt. 🙂

In de namiddag arriveren er nog twee wandelaars, Christopher en Élodie. Hij is van Oostenrijk, zij van Luxenbrug maar ze wonen nu samen in Parijs. We hebben nog een gezellige babbel in de warmwaterbron. We bespreken ook elkaars wandelplannen voor de komende dagen. Oorspronkelijk wilden zei naar Álftavatn wandelen en zo doorsteken naar Landmannalaugar. Maar na het horen van onze plannen lijkt dat hun misschien ook nog wel een toffe route. Vooral het avontuurlijke kant van de route spreekt hun erg aan, ook zal het er een pak rustiger zijn dan op de Laugavegur. Vrij laat kruipen we onze slaapzak in, nog niet goed wetend wat we gaan doen morgen. Blijven we nog een nacht extra bivakkeren en genieten we nog wat meer van de warmwaterbron. We hebben toch nog genoeg stap dagen over om in Landmannalaugar te geraken.

Dag 8: Strútslaug ( rustdag ) 

s’ Ochtends wanneer we opstaan en eens buiten kijken, hebben we beiden dezelfde mening. Wandelen heeft vandaag niet veel zin. We zien amper de warmwaterbron nog liggen zo mistig is het. We hadden eerst in gedachte om eens tot aan de berg Strútur te wandelen. Maar aangezien het zicht nihil is lijkt ons dat niet meteen de moeite. Dan maar een dag uitrusten en genieten van de warmwaterbron. 🙂 Christopher en Élodie gaan hetzelfde doen, ze hebben ook besloten om dezelfde route als ons te nemen naar Landmannalaugar. s’ Avonds klaart het eindelijk wat op, hopelijk is dat een goed voorteken voor morgen. Dan zouden we namelijk graag tot aan de grens van het ‘National Reserve Landmannalaugar’ willen wandelen. Ik klim nog even wat hogerop om enkele foto’s te maken van de vallei.

Aangezien het redelijk is opgeklaard wanneer we gaan slapen, zet ik mijn wekker om eens te kijken of er Noorderlicht te zien is. En ja we hebben geluk, er is Noorderlicht aanwezig maar eerder achter de wolken in de vallei Ofærudalur, waar we gisteren aan het wandelen waren. Misschien hebben we de volgende nachten meer geluk. 🙂

 Dag 9: Strútslaug – grens met natuurreservaat Landmannalaugar
Aantal loopuren: 3u
Fotomomenten: 3u
Afstand: 10km
Hoogtemeters: 525m stijgen, 365m dalen

s’ Ochtends wanneer we opstaan staat er een ijskoude wind, we maken onze rugzakken dan ook snel klaar. Zodat we kunnen vetrekken want we krijgen het maar niet warm. Christopher en Élodie wilden graag met ons mee wandelen maar ze zijn nog lang niet klaar om te vertrekken. Maar we zullen elkaar vandaag nog zien, aangezien we quasi dezelfde route wandelen en op de zelfde plek willen bivakkeren. We gaan bivakkeren net aan de grens van het Natuurreservaat Landmannalaugar.  Wij gaan alvast op zoek naar een vervallen hutje niet ver hier vandaan. Het zou zich ergens bevinden aan de bergflank van de Laugarháls.

Vrij snel vinden we het vervallen hutje, er is een mythe dat het werd gebouwd door iemand van het Verenigd Koninkrijk. Het werd tientallen jaren geleden al gebouwd, zoals te zien op de foto is het nu compleet vervallen. De bouwval zorgt dan ook voor veel rondslingerend puin. 🙁 We volgen de bergflank verder in de richting van de rivier Syðri-Ófæra.

Eens we bij de rivier zijn aangekomen, volgen we deze totdat we de vallei Muggudalir in wandelen. In deze vallei houden we een korte pauze, net wanneer we terug willen vertrekken passeren Christopher en Élodie ons. Zij gaan de route op de kaart proberen te volgen, maar een pad moet je hier niet verwachten. 🙂 Wij hebben een andere route op het oog, degene die via de vallei verder loopt. Geleidelijk aan stijgen we verder door deze prachtige vallei.

Na een tijdje verlaten we de vallei en meteen zien we Christopher en Élodie wandelen aan de andere kant van de vallei. Ze moeten steile sneeuwvelden oversteken, we hebben duidelijk voor de betere route gekozen. We houden hier een korte pauze om een panorama te maken van deze prachtige vallei. We klimmen nog even verder tot aan de bergpas, niet veel later passeren we een klein stroompje waar we ons water bijvullen. We zijn namelijk niet zeker dat het water bij de bivak plek drinkbaar gaat zijn omwille van het geothermisch karakter van deze regio. Via al weer een prachtige vallei beginnen we aan de afdaling naar de bivak plek. Onderweg passeren we nog een groot sneeuwveld. We zijn nog maar net aangekomen bij de bivak plek en we zien Christopher en Élodie al tevoorschijn komen in de verte. We zoeken dan ook samen naar een geschikte plek om onze tent op te zetten.

Terwijl Charlotte het eten klaarmaakt, ga ik wat fotograferen. We hebben hier een prachtig zicht op Landmannalaugar en de gletsjer Torfajökull. Na het eten kruipen we onze slaapzak in. Vannacht wil ik namelijk zeker opstaan, er is namelijk haast geen bewolking wanneer we gaan slapen. Het is een nieuwe maan en we hebben een kp index van vijf dus best veel kans op Noorderlicht deze nacht.

Ik besluit om niet gaan te slapen, maar gewoon te wachten in mijn slaapzak. Zodat ik het niet te koud krijg. En ja hoor het is nog maar net astronomisch donker en ik zie de eerste tekenen van het Noorderlicht al te voorschijn komen. Ik maak Charlotte snel wakker voordat ik uit de tent kruip met al mijn fotomateriaal. Charlotte maakt Christopher en Élodie ook wakker, zij mogen dit schouwspel zeker niet missen. Na een tweetal uurtjes kruip ik hellemaal verkleumd terug in mijn slaapzak. Het duurt dan ook een hele tijd voordat ik het terug warm heb. Maar het was zeker en vast de moeite waard! 🙂

Voor degene die het nog niet doorhebben als je op de foto klikt vergroot deze in een galerij. 🙂

Dag 10: grens met natuurreservaat Landmannalaugar – Landmannalaugar camping
Aantal loopuren: 6u
Fotomomenten: 4u
Afstand: 18km
Hoogtemeters: 725m stijgen, 900m dalen

s’ Ochtends duurt het allemaal wat langer, ontbijten doen we op ons gemakje in de tent. Hierna beginnen we rustig aan onze rugzak te maken. We moeten zien dat we niet te snel klaar zijn. Vandaag willen we namelijk samen met Christopher en Élodie tot in Landmannalaugar wandelen. Rond elf uur staan we alle vier eindelijk klaar om te vertrekken.

In het begin dolen we wat rond door het landschap al zoekend naar een goede route. Als snel blijkt dat de route die op de kaart staat niet meteen de beste is. Eerst moeten we een rivier doorwaden, hierna klimmen we geleidelijk aan over een bergflank. Niet veel later hebben we een prachtig uitzicht op Landmannalaugar en de omliggende valleien. Hier komen we ook tot het besluit dan we toch wel een serieuze omweg gewandeld hebben. We zien namelijk beneden onze bivak plek liggen. Nu niet zo erg want de omgeving is hier prachtig! Hier pauzeren we even om een panorama te maken. Christopher bekijkt even de route op de kaart, we zetten nu koers richting Sveinsgil.

We proberen ons de best mogelijke weg te vinden doorheen het ryoliet landschap. Heuvel op, heuvel af, … steeds krijgen we een beter zicht op de Sveinsgil. Deze vallei valt meteen op in het landschap door een azuurblauwe bergrug. Op een gegeven moment komen we uit bij een prachtig uitzichtpunt, hier houden we onze middagpauze. We pauzeren niet te lang aangezien we nog een redelijke weg hebben af te leggen. En het terrein gaat er niet meteen simpeler op worden totdat we in Hattver zijn.

Via enkele passages over sneeuwvelden beginnen we dichter en dichter bij de vallei Sveinsgil te komen. Niet veel later krijgen we de rivier die doorheen de vallei Sveinsgil loopt eindelijk in zicht. Er volgt nog één steile afdaling naar de vallei. Dit jaar nog gebeurde er hier nog een dodelijk ongeval. Een Fransman gleed uit terwijl hij de rivier overstak op een sneeuwbrug en kwam zo terecht onder de sneeuwmassa. Meer dan 200 hulpverleners hielpen bij de reddingsactie. Wij moeten deze rivier doorwaden, er staat behoorlijk wat stroming op de rivier. Maar we geraken alle vier veilig aan de overkant. Nu klimmen we vlak naast de blauwe heuvelrug naar de andere kant van de heuvel in de richting van de vallei Jökulgil. Het stijgen verloopt prima maar de afdaling verloopt want minder vlot dan gehoopt. Het terrein is hier behoorlijk steil, glad en we zien een sneeuwveld liggen dat ons niet aanstaat. Ik waag het er toch op en ik kan het veilig passeren. Maar ik merk dat het sneeuwveld uiterst dun is op de laatste meters. Doordat ik de dunne stukken probeer weg te stampen zakt het gehele sneeuwveld een dertigtal centimeter. Maar goed dat iedereen zich kon recht houden. 🙂 Niet veel later staan we alle vier in de vallei Jökulgil.

Nu kan de pret beginnen, Christopher en Élodie doen hun waadschoenen terug aan. We gaan de rivier Jökulgilskvisl nu toch wel enkele keren moeten doorwaden. Maar op zich valt het doorwaden wel goed mee. De combinatie van lichte regen en zon zorgt voor een prachtige foto in de vallei. 🙂 Niet veel later komen we aan bij Hattver, hier slaan we rechts af naar de bergtop Skalli.

De zon maakt het plaatje hellemaal af, de ryolietbergen kleuren nu nog mooier dan anders. Via een eerste steile klim komen we aan bij een smalle ridge, voor degene met hoogtevrees zou ik deze ridge wandeling dan afraden. Op een gegeven moment is de ridge nog zo breed als twee voeten naast elkaar. Deze route wordt ook afgeraden bij dichte mist of periodes met extreem veel wind. Één misstap kan al genoeg zijn om een dodelijke val te maken. Maar wij hebben geluk, we zijn nog maar net van de rigde af en het weer begint al te verslechteren. Ik haast me nog even om een panorama te maken van de omgeving. Want deze is fenomenaal mooi, wat een ruig landschap!

We stijgen nog een klein beetje totdat we op de bewegwijzerde route zitten, een route in lus van Landmannalaugar tot Skalli. Wij nemen de NO route naar Landmannalaugar. Deze lijkt ons het kortste, het was namelijk al een lange vermoeiende dag, en het begint al lichtjes te schemeren. Na een lange afdaling houden we bij Reykjakollur nog een korte pauze. Nu is het niet meer ver tot aan de camping van Landmannalaugar. Wanneer de zon net onder is arriveren we op de camping. Want ons meteen stoort zijn de brommende generatoren en de drukte. Hier zullen we drie nachten verblijven. Binnen twee dagen komt David aan, om dan een dag later te starten met de Laugavegur hike tot in Skógar.

Hier kan je de gps track downloaden.