Luswandeling Bláhnúkur
Aantal loopuren: 2u
Fotomomenten: 1u
Afstand: 7.5km
Hoogtemeters: 445m stijgen, 445m dalen

Na een rustdag in Landmannalaugar, staan we s’ ochtends wat later op dan gewoonlijk. We ontbijten samen met Christopher en Élodie, het is namelijk hun laatste dag in Landmannalaugar. Deze middag vertrekken ze terug richting Reykjavik. Na het ontbijt nemen we nog even een leuke groepsfoto. Dan gaan zij hun tent afbreken en hun rugzakken inpakken.

Voor ons is het nu wachten totdat David zijn bus aankomt op de camping. Rond 12 uur komt de bus uiteindelijk de parking op gereden. Zo te zien is David er al hellemaal klaar voor. 🙂 Hij heeft onze voedselvoorraad voor de volgende dagen ook bij, ook heeft hij voor ons beide een paar Sealskinz sokken bij. Met natte trailrunners stappen stoort ons totaal niet, maar s’ avonds aan het kamp is het net iets leuker als je droge voeten hebt. Op de bus heeft David nog twee Belgen ontmoet, tijdens het herpakken van hun rugzak komen ze erachter dat ze hun vuurtje zijn vergeten in Reykjavik. Maar goed dat wij een reserve vuurtje bij hebben. 🙂 Voordat we starten met de wandeling naar de top van de Bláhnúkur, zet David zijn Trailstar nog even op.

De wandeling naar de top van de Bláhnúkur, is zowat de populairste wandeling onder de dagjes toeristen. Voornamelijk omdat hij kort genoeg is zodat ze zeker genoeg tijd hebben om hun bus terug te nemen naar Reykjavik of elders. Eerst wandelen we even langs het gigantische lavaveld Laugahraun. Wanneer het lavaveld stopt steken we de rivier Grænagil over via enkele stapstenen. Hierna beginnen we aan de pittige klim naar de top. Na uurtje staan we eindelijk op de top, onderweg zijn we wel veel gestopt want het landschap is fenomenaal! Op de top pauzeren we even om uiteraard een panorama te maken. 🙂

Nu beginnen we aan de afdeling, over het algemeen verloopt de afdaling heel vlot. We glijden als het waar naar beneden, enkel moeten we op sommige punten wat opletten omdat het hier net iets steiler en gladder is. Wanneer we terug beneden staan in de vallei steken we opnieuw de rivier Grænagil over. Deze keer kunnen we onze voeten niet droog houden. 🙂 Via het pad doorheen het lavaveld Laugahraun wandelen we terug naar de camping. Onderweg passeren we nog een mooi uitkijkpunt met zicht op de berg Háalda. Deze berg zullen we morgen ook beklimmen. Wanneer we terug op de camping zijn, ziet David ineens twee kameraden staan. Zij zijn met een soort bakfiets de halve wereld aan het rondreizen. s ‘ Avonds drinken we nog enkele pintjes, en geraken we met enkele Amerikanen aan de babbel. Na een gezellige avond kruipen we in onze slaapzak, morgenvroeg willen we goed op tijd kunnen opstaan want het zal een lange dag worden.

Dag 1: Landmannalaugar – bergflank Jökultungur
Aantal loopuren: 7u30
Fotomomenten: 4u45
Afstand: 27.5km
Hoogtemeters: 1125m stijgen, 1025m dalen

Het is nog vroeg wanneer onze wekker afloopt. De hoofdlamp hebben we voorlopig nog nodig. Ik begin de rugzakken al gedeeltelijk in te laden terwijl Charlotte het ontbijt klaar maakt. David staat al paraat wanneer wij bijna klaar zijn met onze rugzak in te laden. Net wanneer de meeste hun tent beginnen open te ritsen zijn we klaar om te vertrekken. We starten met een alternatieve route via de bergtoppen Suðurnamur en Háalda. We volgen ongeveer een kilometer lang de weg F224,  vooraleer we beginnen aan de klim naar de eerst top. Onderweg hebben we een prachtig uitzicht op de Jöklgílskvísl. Al snel zijn we bij de eerste top en krijgen we een mooi uitzicht op Landmannalaugar. We kunnen de camping vanaf hier ook heel goed zien liggen.

 We stijgen nu verder via een pittige klim naar de tweede top. Bij de tweede top krijgen we een uitzicht over de Námskvísl en Laugahraun. Het uitzicht vanop deze toppen gaat ons nooit vervelen, wij doen wandeling nu al voor de derde keer. 🙂 Vorig jaar maakte we hier nog enkele prachtige panorama’s. 

Niet veel later staan we al op de derde top, nu beginnen we aan de afdaling. We dalen af tot aan de splitsing met Landmannahellir, Landmannalaugar en Háalda. Wij slaan af in de richting van de bergtop Háalda. Het uitzicht vanaf deze top zou fenomenaal moeten zijn.

Na een eerste gelijkmatige klim komen we aan op een plateau, het uitzicht vanaf hier is al magnifiek. Ik neem hier dan ook even de tijd om een panorama te maken. Hogerop gaan we zo te zien waarschijnlijk in de mist terecht komen, of deze zou nog heel snel moeten optrekken.

Zoals gedacht komen we terecht in een dichte mistbank, dit in combinatie met een gure wind die recht in ons gezicht waait. Wanneer we op de top aangekomen is het zicht nog steeds nihil. We zijn nog maar net aan de afdaling begonnen, wanneer we een groepje toeristen tegenkomen. Ze dragen enkel een blazer, jeans broek en sneakers. Eigenlijk onverantwoord in deze omstandigheden, hier moet je nu eenmaal altijd rekening mee houden wanneer je gaat wandelen in IJsland. Wanneer we beneden zijn zoeken we beschutting tegen de wind. Hier houden we ook onze middagpauze.

Na de pauze wandelen we verder door een glooiend landschap in de richting van Stórihver. Onderweg passeren we nog een prachtige vallei, hier moet ik dan ook even mijn statief opzetten. 🙂

Niet veel later zien en ruiken we de eerste fumarolen, een rotte eieren geur is typisch voor een geothermisch gebied. Zodra we de luidruchtige fumarole Stórihver zijn gepasseerd, zitten we terug op de Laugavegur route. Wat we meteen ook merken, want het is een pak drukker dan deze voormiddag. Via grote gele palen wordt de route naar Hrafntinnusker aangeduid, wanneer we bijna aan de hut zijn worden we ermee geconfronteerd dat je toch altijd moet oppassen in de bergen. In 2004 is hier nog een jongeman omgekomen tijdens een storm, dit midden in de zomer. Zo zie je maar dat je in IJsland altijd moet opletten met de weersomstandigheden. We moeten nog een groot sneeuwveld oversteken voordat we de hut eindelijk bereiken. Bij de hut houden we een korte pauze voor iets te eten.

Op de camping van Hrafntinnusker ontmoeten we nog enkele Belgen, zij moeten nog een dag wandelen tot in Landmannalaugar. Maar wij gaan hier niet kamperen. We willen nog tot voorbij de grens geraken van het Fjallabak Nature Reserve geraken. Het volgende stuk van de route herinneren Charlotte en Ik ons nog heel goed. Heuveltje op, heuveltje af, … waar maar geen einde aan lijkt te komen. Onderweg passeren we nog een gedenkplaat, deze stond er vorige keer nog niet, hier is er een IJslander verongelukt in het voorjaar. Wanneer we het laatste heuveltje zijn afgedaald volgt er nog een tricky passage over een sneeuwveld. Nu volgt er een pittig klimmetje over een lavazand helling. 🙂 Vorige keer hadden we hier een prachtig uitzicht over de vlakte, nu zitten we jammer genoeg weeral in een dichte mistbank.

We lopen al een tijdje door de dichte mist wanneer we twee hikers een tentje zien opzetten, op de meest onverantwoorde plek ooit. Recht in geul waarbij gegarandeerd een riviertje gaat ontstaan wanneer het hevig begint te regenen. Ook staan ze nog in het Fjallabak Nature Reserve, wat niet toegelaten is. Na een klein half uurtje hebben we eindelijk terug wat meer zicht, we krijgen de gletsjer Kaldaklofsjökull in zicht. We zien hier nog enkele kampeerders, nog steeds in het Fjallabak Nature Reserve. Ze hebben hun tent op een eilandje in een warme stroom gezet en zijn hun tanden aan het poetsen met het warme water. Veel vreemder moet het niet worden. Niet veel later steken we de rivier Jökulgil via enkele stapstenen. Het is hier wel oppassen geblazen, de ondergrond is hier spekglad! 🙂

Het begint al te schemeren wanneer we Álftavatn in zicht krijgen. Maar goed dat de bivakplek die ik in gedachte had niet meer zo ver wandelen is. Want ik wil toch nog even mijn statief kunnen opzetten om de prachtige zonsondergang vast te leggen. Er volgt enkel nog een afdaling  van Jökultungur tot aan de bivakplek. Deze is gelegen bijna aan het einde van de afdaling. Vorige keer hadden we hier een prachtig uitzicht op Álftavatn. We zetten te tent snel op voordat het balkdonker is. Voordat we onze slaapzak inkruipen maken we nog een warme maaltijd klaar. 🙂 Vannacht moet ik allicht niet opstaan voor het Noorderlicht, het is namelijk veel te bewolkt. 🙂 Komt goed uit want het was een vermoeiende maar geslaagde dag. 🙂

Dag 2: bergflank Jökultungur – Álftavatn
Aantal loopuren: 3u30
Fotomomenten: 1u30
Afstand: 15km
Hoogtemeters: 310m stijgen, 460m dalen

s’ Ochtends ontmoet David enkele personen die bij hem op de vlieger zaten. Ze waarschuwen ons dat we waarschijnlijk niet verder mogen gaan wandelen dan Álftavatn of Hvanngil, vanwege een aankomende storm. Zij kregen allicht het advies dat als ze naar Hrafntinnusker wilden wandelen dat ze er voor drie uur moesten arriveren. Anders konden ze wel eens in de problemen komen. We ontbijten op ons gemakje en dan beginnen we aan de afdaling naar Álftavatn. Al vrij snel volgt de eerste rivierdoorwading van de rivier Grashagakvisl, via enkele stapstenen geraken we aan de overkant. Nu is het niet meer zo ver tot aan de hut, wanneer we bij de hut aankomen vragen we een update van het weer. En inderdaad we mogen nog doorwandelen tot in Hvanngil, maar zeker niet verder. We besluiten dan maar om in Álftavatn te blijven. We nemen zelfs een upgrade en we slapen in de hut vanavond. Voor de zekerheid ze geven namelijk nog al hoge windsnelheden, en een tent heeft niet veel nodig om stuk te gaan. Al is het maar rondvliegend materiaal van andere tenten. Het wordt al snel heel gezellig in de hut, enkele Belgen, Nederlanders, Amerikanen.

David en ik vinden dat het weer goed genoeg is om een wandeling rondom het meer Álftavatn te maken. Verdwalen kan je moeilijk zolang je de oever blijft volgen. 🙂 Wanneer we net op de helft van de wandeling zijn passeren we Charlotte met de andere Belgen. Wanneer we uiteindelijk terug bij de hut zijn is deze volledig volzet. In de inkom zitten er enkele Franssen, één van hun is met zijn hele rugzak in de rivier gevallen. Met als gevolg dat er niets maar dan ook niets nog een beetje droog is. Hij vind gelukkig nog een plek in de hut om te slapen de rest van de groep slaapt op de bankjes in de zit/kookruimte.

Dag 3: Álftavatn – Sandar ( Emstrur )
Aantal loopuren: 5u
Fotomomenten: 3u30
Afstand: 22km
Hoogtemeters: 390m stijgen, 590m dalen

s’ Ochtends is er niet meer veel te zien van de storm van gisteren, al viel het gisteren zelf ook goed mee. 🙂 We worden beloond met een prachtige zonsopgang. Voordat ik de rugzakken klaarmaak, ga ik dan ook eerst wat fotograferen. 🙂

Voordat we de rugzakken inladen, ontbijten we eerst nog op ons gemakje. Van de twee Nederlanders krijgen we nog enkele sinaasappels, wat gaat dat smaken vers fruit. 🙂 We zijn nog maar net onderweg en we moeten al een rivier doorwaden. De Bratthálskvísl is te diep om te doorwaden via stapstenen. Na een tijdje passeren we een prachtig pittoresk valleitje met op de achtergrond de berg Stórasúla, prachtig gewoon! 🙂 Niet veel later beginnen we lichtje af te dalen naar de vallei Hvanngil. Hier houden we een sanitaire stop voordat we verder trekken, de komende uren zal het namelijk niet zo simpel zijn om een sanitaire stop te maken. Tenminste niet als je wat privacy wilt hebben, we moeten zo dadelijk namelijk een gigantische lavazand vlakte oversteken.

Maar voordat we de woestijnvlakte op wandelen moeten we twee rivieren oversteken, de eerste Kaldaklofskvísl is voorzien van een stevige houten brug. De tweede rivier Bláfjallakvísl moeten we wat hogerop doorwaden, wij vinden hem simpel. Maar wanneer we aan de andere kant van de oever onze sinaasappel zitten op te eten. Blijkt het toch dat sommige het niet meteen op rivierdoorwadingen hebben. 🙂 Wij vertrekken alvast voordat een grote groep de rivier ook is overgestoken. Nu volgt er het deel door de woestijnvlakte, omdat de route quasi rechtdoor loopt lijkt het eindpunt maar niet dichter bij te komen. 🙂 Onderweg hebben we wel een prachtig zicht op de bergen Stórkonufell, Smáfjöllen Hattfell. Bij de rivier Innrí-Emstruá houden we onze middagpauze, deze rivier kan je gewoon via een brug oversteken.

Na onze middagpauze is het niet meer zo ver tot aan de heuvelrug Útigönguhöfðar, eens we deze heuvel over zijn veranderd het landschap eindelijk nog eens. 🙂 Vanaf nu hebben we een prachtig uitzicht op de vlakte Emstrur. In de verte zien we de gletsjers Eyjafjallajökull en Mýrdalsjökull al liggen, onder deze laatste is de vulkaan Katla al een tijdje aan het grommelen. Eerst volgen er nog twee ondiepe rivierdoorwadingen voordat we vlak langs de kegelberg Hattfell af wandelen, nu is het niet meer zo ver tot aan de hut van Botnar. Wanneer we de hut naderen hebben we een prachtig zicht op de gletsjertong Entujökull. Bij de hut houden we een hoognodige sanitaire stop. 🙂 David vraagt nog even de status van de Katla aan de huttenwaard, maar op het moment moeten we ons geen zorgen maken. Hij zegt ons ook nog dat wanneer er een uitbarsting komt we een kwartiertje van tevoren verwittigd worden. Als je smartphone uiteraard opstaat. 🙂

De hut is nog maar net uit zicht en we beginnen al af te dalen naar de rivier Fremri-Emstrué. Er is een brug voorzien over deze bulderende gletsjerrivier.  Wanneer we aan de overkant zijn, houden we een koffiepauze. Het zicht op de gletsjertong Entujökull is fenomenaal! Terwijl ik enkele foto’s maak, maakt Charlotte een heerlijke koffie klaar voor ons. Nu volgt er nog een korte etappe over de Sandar vlakte tot aan de bivakplek die ik in gedachte had. De plek is  gelegen aan de rand van de Markarfljót canyon. Het duurt even maar we vinden toch een geschikte plek om onze tent op te zetten. Voor de leut maken we er een timelapse van, eens zien we het snelste is he David. 🙂

Wanneer de tent opstaat trek ik er nog even op uit. De verschillende lagen basalt aan de rand van de canyon zien er indrukwekkend uit! Ook het zicht op de canyon zelf is prachtig! Wanneer de zon begint onder te gaan, krijgen de gletsjers Eyjafjallajökull en de Mýrdalsjökull een prachtige rode gloed over hun heen. Wanneer de zon onder is kruipen we in onze slaapzak, s’ nachts check ik nog even of er Noorderlicht te zien is. Maar het is jammer genoeg veel te bewolkt.

Dag 4: Sandar ( Emstrur ) – Þörsmork en Valahnúkur
Aantal loopuren: 4u
Fotomomenten: 3u
Afstand: 16.5km
Hoogtemeters: 435m stijgen, 570m dalen

s’ Ochtends zijn we vrij vroeg wakker, we horen een harde slag, het lijkt wat op donder. Vreemd voor IJsland, we hebben hier nog nooit een onweer gehad. We zijn niet zeker wat het zou kunnen geweest zijn, misschien een aardbeving? Charlotte en Ik hebben eerder al een schok gevoelt in Landmannalaugar. We zijn nog maar net vertrokken en de typerende berg Einhymingur prijkt al aan de horizon, Einhyrningur betekent eenhoorn in het IJslands.

We beginnen nu geleidelijk aan af te dalen naar de vallei Bjórgil. De vallei in combinatie met de Einhymingur is gewoon prachtig! Eens we de vallei gepasseerd zijn volgen we een tijdje de dorre vlakte Fauskatorfur naar de volgende rivier Ljósá. Via een brug geraken we aan de andere kant van de kloof waardoor de rivier Ljósá stroomt. Hier houden we een korte pauze, ik vind er namelijk nog enkele heerlijke blauwe bosbessen. Een grote hoeveelheid is het niet, maar toch doen ze ons terug denken aan twee jaar geleden in Sarek.

Na de pauze volgt er een korte klim om dan ook meteen weer af te dalen naar de rivier Þröngá. In de meeste gevallen is deze rivier de moeilijkste rivier om door te waden op de hele Laugavegur. Wanneer we bij de rivier aankomen merken we dat het een makkie gaat worden. Wij hebben tijdens deze tocht al zwaardere gevallen doorwaadt. 🙂 Hier zie je wel meteen het verschil tussen ervaren hikers en beginnelingen. Wij zien meteen een goede lijn om de rivier te doorwaden, andere staan al minstens een kwartier in het rond te draaien voordat ze één stap in de rivier durven te zetten. Maar ja, zo zijn wij ook ooit begonnen waarschijnlijk. 🙂 Nu is het niet meer zo ver tot in Langidalur. Wanneer we aankomen bij de hut van Langidalur, gaan we eerst iets kopen in het winkeltje om te eten. Later op de dag ontmoeten we nog enkele Britten in het winkeltje. Zij willen morgen graag naar de kraters van uitbarsting van de Eyjafjalljökull wandelen. Wij hopen de Fimmvörðuháls pas over te steken en overmorgen aan te komen in Skógar. Als de weersomstandigheden het toelaten gaan we morgenvroeg zeker vertrekken.

In de namiddag maak ik nog een korte wandeling naar de top Valahnúkur. Het weer is verre van perfect maar ik hoop allicht een beter beeld te maken dan vorige keer. Toen had ik de pech dat ik enorm veel tegenlicht had door de zonsopgang. Ongeveer twintig minuten later sta ik al op de top, magnifiek meer kan ik niet zeggen. Het uitzicht op de vallei, de meanderende Krossá en de Eyjafjalljökull is gewoon subliem! Ik blijf dan ook bijna twee uur op de top voordat ik de afdaling inzet. Ondertussen horen ze aan de hut weer hetzelfde geluid als deze morgen, de huttenwaard laat ons weten dat het waarschijnlijk om een aardbeving gaat. Nooit geweten dat je ze kon horen.

Dag 5: Þörsmork – nabij de rivier Skóga
Aantal loopuren: 5u30
Fotomomenten: 4u
Afstand: 20.5km
Hoogtemeters: 1170m stijgen, 825m dalen

s’ Ochtends wanneer we opstaan, gaan we nog even het weer checken bij de huttenwaard. Het ziet er niet meteen zo heel goed uit maar ze geeft ons groen licht. Dus we vertrekken zodra we onze rugzakken hebben ingeladen. De gletsjerrivier Krossá kunnen we gewoon oversteken via de brug. Nu volgen we nog even de oever tot aan de hut van Básar. Vanaf dan beginnen we geleidelijk aan te klimmen. Jammer dat de regen ervoor zorgt dat we bijna niets zien, foto’s maken lukt ook niet al te goed. Het voordeel hiervan is wel dat we een goed tempo blijven aanhouden, op een anderhalf uurtje zijn we al bij Heiðarhorn. Via een steile klim geraken we op het plateau Morinsheiði. De vorige keer hadden we hier een weids zicht, nu valt dat jammer genoeg wat tegen. Bij de passage Heljarkambur probeer ik toch even enkele foto’s te maken.

Wanneer we Heljarkambur gepasseerd zijn begint het lichtjes te sneeuwen. In het begin valt het allemaal nog wel goed mee. Maar al vrij snel worden de vlokken dikker en dikker. De zichtbaarheid is op sommige momenten nihil. Plots merken we dat we het lavaveld bereikt hebben. Door de sneeuwstorm geraken we de gele paaltjes even kwijt, via de gps geraken we terug op de route. We liepen blijkbaar recht door het lavaveld Goðahraun dat is onstaan door de vulkaanuitbarsting van deEyjafjallajökull. De kraters en het lavaveld zijn compleet bedekt met sneeuw, vorige keer zag het er zo uit.  Nu is de Fimmvörðuháls pas niet meer zo ver weg, zodra we deze zijn overgestoken. Volgt er nog een moeilijke passage over een soort ijsveld. De bovenste laag is net bevroren, eronder stroomt gewoon water. Wanneer we hier heelhuids voorbij geraken is het niet meer zo ver tot aan de noodhut Baldvinsskali. Deze is recent nog hellemaal vernieuwd. Hellemaal verkleumd komen we aan bij de noodhut, onze hardshell heeft ons jammer genoeg niet droog kunnen houden. We hopen ons wat kunnen op te warmen in de hut, maar dit valt wat tegen. Het is er ijskoud, ook niet moeilijk er hangt maar één klein vuurtje om de hele hut te verwarmen. Maar goed dat we hartelijk ontvangen worden door de huttenwaard, we mogen zelf een groot bord verse pasta nemen van haar. Hier krijgen we het toch al wat warmer van. De huttenwaard vraagt ons wie ons liet vertrekken in Þörsmork, ze vind het namelijk niet normaal dat we mochten vertrekken met deze weersomstandigheden. Tijdens een white out geraak je snel de weg kwijt. Na een tweetal uurtjes besluiten we om verder te wandelen. Warmer krijgen we het toch niet echt, de huttenwaard vertelt ons dat het weer een pak beter is vanaf de rivier de Skóga. We bedanken de huttenwaard nog voor haar gastvrijheid voordat we verder stappen. 

We volgen de jeep track in de richting van de rivier Skóga. Eens we de rivier bereikt hebben wordt het zicht weer wat beter. We passeren al enkele watervallen voordat we de  Skóga oversteken met een brug. Vanaf hier kunnen we de jeep track eindelijk verlaten. We passeren nog een indrukwekkende waterval, ik noem het de Skógafoss in het mini. 🙂 Vanaf deze waterval is het nog een tien minuten wandelen tot aan de bivakplek. Van de vorige keer weten we nog dat je perfect kan bivakkeren bij de watervallen Neðstifoss en Miðfoss. De tent staat nog maar net wanneer de avond valt. We kruipen dan ook snel onze slaapzak in, het duurt redelijk lang voordat we het terug wat warm krijgen. 

Dag 6: nabij de rivier Skóga – Skógar
Aantal loopuren: 2u15
Fotomomenten: 1u
Afstand: 8.5km
Hoogtemeters: 25m stijgen, 580m dalen

s’ Ochtends worden we gewekt door David, door de kou heeft hij bijna niet kunnen slapen. Hij heeft al heel zijn rugzak ingeladen, zodat hij kan beginnen aan de afdaling. Hopend dat hij het wat warmer krijgt. Wanneer ik naar buiten kijk ben ik alvast blij dat ik gisteren nog even naar de watervallen Neðstifoss en Miðfoss ben gegaan om deze te fotograferen. We zien ze op het moment gewoon niet liggen, zo mistig is het. 🙂 In een warm ontbijt hebben we niet meteen zin, het wordt dus maar een snackbar.

Tijdens de afdaling passeren we tientallen prachtige watervallen. Eentje is verborgen in een kloof dit is persoonlijk één van mijn favorieten. We merken het wanneer we de waterval Skógafoss beginnen te naderen, het wordt namelijk drukker en drukker. Eens we in Skógar aankomen, kunnen we David gaan zoeken. We vinden hem vrij snel in het plaatselijke restaurant/ hotel. Hier kunnen we eindelijk nog eens iets echt eten, een lekkere hamburger! 🙂 Wat kan dat toch smaken. 🙂 Met een bus van Sterna rijden we rond drie uur terug naar Reykjavik. In Reykjavik overnachten we twee nachten in het KEX Hostel, een heel leuke locatie. Maar als je wat wilt bijslapen, kan je beter voor een andere optie kiezen. 🙂

De gps track kan je hier downloaden.

Gps log Bláhnúkur

Gps log Alternatieve Laugavegur